Tagarchief: formatie

Wilhelmus

Al sinds 23 juni zijn vier partijen aan het onderhandelen over een nieuw kabinet. Nog voor het begon lieten ze weten er weinig heil in te zien, maar ja als het landbelang hen riep, ja dan…Inmiddels hebben we 15 augustus achter de rug, maar een kabinet is er nog niet. Of het er met deze heren ooit zal komen is een open vraag. Ze zijn tenminste niet zover dat ze de natie laten delen in de al dan niet bereikte resultaten. Toch is bij minstens een van de onderhandelende partijen het idee doorgedrongen dat de oorverdovende stilte een tikkie gênant is geworden.  Via een lek heeft Nederland mogen horen dat er al een paar resultaten, of aanzetten tot resultaten, zijn geboekt. Zo hebben de zeven heren en één dame iets bedacht voor de zogeheten medisch-ethische strijdpunten. Voor het dossier ‘voltooid leven’ hebben ze gekozen voor het collectief wegkijken: het kabinet gaat daar niets in doen. Voor een ander dossier, het meerouderschap, hanteren zij de beproefde methode van het op de lange baan schuiven. Er moet eerst maar eens een onderzoek naar komen. Dat er net een uitgebreid onderzoek is geweest met heldere conclusies vergeten ze voor het gemak even. Maar goed dat zijn dus de resultaten van weken lang onderhandelen, een laf compromis dat iedereen op 23 juni al op een bierviltje had kunnen uittekenen.

Nauwelijks bekomen van dit breaking news sijpelde uit het lek het volgende resultaat: het Wilhelmus moet vast onderdeel worden van het onderwijspakket. Leerlingen zouden meer moeten leren over de tekst, de betekenis en de melodie van het volkslied. Een cabaretier had deze zotsklap niet kunnen verzinnen.

De tekst van het Wilhelmus, een nogal krakkemikkig eerbetoon aan een zestiende-eeuwse krijgsheer die in opstand was gekomen tegen zijn broodheer. Daarbij ging het niet om vrijheid, maar om een vorst, die de staat wilde moderniseren, onder meer door de macht van de adel in te perken. Vandaar die ongerijmdheden over de ‘koning van Hispaniën,’ die hij altijd trouw gediend zou hebben.

De melodie, een tijdens de Nederlandse opstand populaire soldatendeun. De tekst die bij die deun hoorde, was waarschijnlijk iets in de stijl van het lied dat wij als hospik in opleiding zongen wanneer wij ’s avonds Amersfoort in trokken. “Wij zijn de jongens van het OCMGD en we willen naaaaien…”

En de betekenis dan? Het Wilhelmus is nooit een volkslied geweest. Koningin Wilhelmina heeft het in 1932 doorgedrukt als vervanger van het bombastische “Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit, Van vreemde smetten vrij, Wiens hart voor land en koning gloeit, …”

Volgens Sybrand Buma van het CDA zijn de lessen over het Wilhelmus, hét middel om jongeren bewust te maken van normen en waarden. Als het aan hem ligt beginnen de scholen elke lesdag met het klassikaal zingen van het volkslied. Staand natuurlijk. Met een hand op het hart zou het nog mooier zijn.

Dat je na maanden succesloos marchanderen en palaveren toch met iets naar buiten wilt komen is nog een keer te begrijpen. Maar waarom dan met deze flauwekul, die je dan op het bordje schuift van het onderwijs dat al stapel mesjogge is van alle verzinsels uit ministerie en Tweede Kamer?

Het enige wat deze lekken aantonen is dat deze onderhandelaars óf geen flauw idee hebben waar het land op zit te wachten, óf dat ze de moed en de hersens niet hebben om wel tot iets van een regering te komen.

In beide gevallen lijken nieuwe verkiezingen mij te verkiezen boven doormodderen met deze clowns.

Im Westen nichts Neues

Hoe gaat het toch in Den Haag. Normaal gesproken kan ik mij er niet zo druk over maken. De stukjes kamerdebat die via de nieuwsuitzendingen  tot mij komen horen normaal gesproken niet tot mijn favoriete kijkvoer. Sterker nog, wanneer de heren en dames kamerleden, niet gehinderd door enige creativiteit, hun vaste riedeltjes afgeven gaat bij mij het geluid uit. Maar nu is het anders, nu zijn ze bezig om een nieuw kabinet in elkaar te timmeren. Tenminste, dat was een tijdje geleden het nieuws.  Sinds die tijd is het stil, angstaanjagend stil. Dat bevalt mij niet.

Het enthousiasme waarmee de heren partijleiders aan het karwei zijn begonnen is evenmin vertrouwenwekkend. Buma, Klaver en Rutte verklaarden bij toerbeurt voor de camera’s dat de verschillen te groot waren en dat ze voor het  resultaat nog niet eens een stoeprand garantie durfden af te geven. Alleen Pechtold probeerde  er nog een beetje de moed in te houden, maar ook dat hield niet over.

En nu zitten de heren, bijgestaan door hun secondanten, onder leiding van mevrouw Schippers uit te vogelen wat hen zoal bindt. Een mediator bij een vechtscheiding heeft  het waarschijnlijk makkelijker. Dat zij bij voorbaat heeft gezegd dat zij, zodra het karwei geklaard is, het Haagse de rug toekeert, maakt alles er niet beter op. In elk geval heeft zij, gesteld dat er met deze partijen een kabinet komt, geen zin binnen de beoogde constellatie aan het werk te gaan.

Dat is dan nog het meest optimistische scenario, er komt een links-centrum-rechts kabinet. Meest realistische scenario, de heren zijn niet bereid zoveel water in hun wijn te doen dat zij het  eens worden. In dat geval krijgen we eerst nog wat gezwartepiet en vervolgens komt er een kabinet met de calvinistische taliban als volwaardig lid of op zijn minst als gedoogpartner. Waar dat toe leidt, hebben we al jaren bij de Israëlische kabinetten gezien. Dan blijft er maar één verzuchting over: God helpe je de brug over.

Wahl macht Qual

Geboren als democraat in hart en nieren, bekruipt mij elke vier jaar het gevoel dat er toch wat valt te zeggen voor een tweepartijenstelsel. De verkiezingstijd is niet mijn meest favoriete jaargetijde. Het komt misschien wel door de Nederlandse folklore die coalitievorming heet. Wat je ook stemt, je weet niet wat je krijgt. Ben je na vergelijking van de diverse onleesbare verkiezingsprogramma’s tot een, in jouw ogen verantwoorde keus gekomen, zodra je in het stemhokje je favoriete vakje hebt roodgekleurd ben je elke controle kwijt.

Wat de diverse partijen ook uitdragen aan idealen, harde eisen en wat dies meer zij, dat is allemaal vergeten op het moment dat de stoelendans om het regeringspluche begint. Met de wildgroei in partijen, partijtjes en zelfhulpgroepen voor politiek malloten, is het alleen maar onoverzichtelijker geworden. Eén ding is zeker, in de onderhandelingen speelt landsbelang of kiezersbelang geen enkele rol. Eigen belang en machtsgeilheid zijn de enige factoren die tellen.

Wat dat betreft is het misschien nog het verstandigst je stem te gunnen aan één van die splinters van politiek gestoorden. Je weet dat je je stem verkloot hebt maar je hebt ook de zekerheid dat je niet hebt meegewerkt aan de zoveelste onwenselijke coalitie.