De echte draagvlakslopers vind je bij de overheid

Het was even schrikken, hoewel niet echt verrassend, maar het coronavirus is in alle hevigheid terug. Nadat onze medische kopstukken al enige tijd met nadruk hadden gepreludeerd op strengere maatregelen, kwamen Rutte en De Jonge met het nieuws: we zijn terug bij af, Nederland gaat zo goed als op slot. Horeca dicht, per dag niet meer dan drie mensen op visite, niet met het openbaar vervoer reizen en geen sportwedstrijden, zijn maar een paar van de maatregelen.

Grote vraag: heeft of krijgt dit kabinet voldoende draagvlak voor al die maateregelen? Ik heb er een hard hoofd in. Met hun coronabeleid hebben kabinet en RIVM de afgelopen maanden meer steun verspeeld dan verworven.

In het begin leek het nog aardig te lukken. Met een ‘intelligente’ lockdown, thuiswerken, een taboe op handen schudden en anderhalve meter afstand houden, wisten we de eerste aanval te overleven. Weliswaar was er wat collateral damage in verpleeg- en verzorgingstehuizen omdat het kabinet, op instignatie van het RIVM, besloot dat in die instellingen het personeel geen mondkapjes en andere beschermingsmiddelen mocht hebben. De gevolgen waren al snel te zien, binnen de kortste keren kwam de begrafenisondernemer in de tehuizen vaker langs dan de bakker. Maar omdat patiënten en overledenen in de tehuizen niet getest mochten worden op corona, stierven die allemaal aan een andere ziekte en was er administratief geen vuiltje aan de lucht.

Al doende kreeg het kabinet, met assistentie van een Outbreak Management Team OMT (als het spannend wordt blijkt het Nederlands niet te voldoen), de slag aardig te pakken. Daarbij grossierde het vooral in onbegrijpelijke beslissingen, die met het versoepelen van de maatregelen alleen maar onnavolgbaarder werden. Een belangrijk deel van de uitvoering werd neergelegd bij de veiligheidsregio’s, clubjes van burgemeesters. Eindelijk mochten deze bestuurders van het tweede plan eens de krachtdadige leider zijn, een kans die zij zich niet lieten ontglippen. En zo creëerden zij ieder voor zich hun eigen coronabeleid. In de ene veiligheidsregio mochten mensen niet eens naar hun eigen vakantiewoning, vijf kilometer verderop, in een andere regio was er niets aan de hand. Op de televisie waren beelden te zien van Ali B, die een serenade bracht bij de opgesloten bewoners van een verpleegtehuis. In een andere veiligheidsregio gingen de BOA’s los op een zangduo, dat bij een verzorgingstehuis al zingend probeerde het moreel wat op te vijzelen.

Maar het waren niet alleen de veiligheidsregio’s die een warboel van maatregelen veroorzaakten. Het kabinet liet zich ook niet onbetuigd. Onder de banieren van RIVM en OMT leken zij vooral ten strijde te trekken tegen het gebruik van mondkapjes, om kort daarop te verordonneren dat je zonder zo’n kapje geen trein, tram, bus of metro meer in mocht.

Tegelijkertijd tekende zich binnen het kabinet al snel een profileringsdrang af tussen Mark Rutte en Hugo de Jonge, de Imelda Marcos van het CDA. Beiden voelden haarfijn aan dat bij de verkiezingen in maart 2021 Mr. Coronakiller zomaar tien zetels extra zou kunnen halen. En zo zien we dat met name Hugo de Jonge zich graag presenteert als de Macher, de man die niet aarzelt en besluiten durft te nemen.

Het pijnlijke is dat hij die dadendrang uitvent bij het ziekelijke af, maar dat de feiten hem steeds tegenspreken. Daarmee bewijst hij elke keer het gelijk van Vadertje Cats die ooit dichtte: “Veel beloven, weinig geven doet een gek in vreugde leven.”

Zo voorspelt hij half juni dat Nederland mogelijk eind dit jaar al beschikt over ‘enkele honderdduizenden’ doses van een Brits vaccin dat tegen het coronavirus zou kunnen beschermen. En wat de kenners toen al voorspelden, tekent zich nu haarscherp af. Wanneer we in de loop van 2021 over een vaccin kunnen beschikken, mogen we de Lieve Heer op onze blote knietjes danken.

Een ander stokpaardje van deze schoenenfetisjist: de teststraten van de GGD’s, waarvan hij elke keer beweert dat ze helemaal klaar zijn om iedereen op corona te testen. Tot nu kwam er, na zo’n optimistische boodschap, steeds binnen 24 uur een rectificatie, meestal in de vorm van krantenberichten dat het met de tests een grote janboel is en dat er geen zicht op is dat de testcapaciteit op korte termijn wel op orde komt. We zijn nu een paar maanden verder en één ding is zeker: met het testen blijft het klungelen.

De corona-app, die nu eindelijk operationeel is, illustreert eveneens hoezeer Willem Elschot gelijk had met zijn ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’. Weliswaar is er met enkele maanden vertraging een werkende app, maar het bijbehorende contactonderzoek wil maar niet van de grond komen.

Toppunt van treurigheid is De Jonges partijgenoot Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid. Deze had zich voorgenomen om samen met Hubert Bruls, het opperhoofd van de veiligheidsregio’s pal te staan voor het evangelie van het handhaven. Zodra zich wat meer mensen richting strand begeven dan op een regenachtige dag, roepen zij hel en verdoemenis. Met schrille stem verklaarde de minister deze mensen tot aso’s om vervolgens op zijn eigen bruiloft zo ongeveer de polonaise in te zetten. Wat volgde was een treurig staaltje vriendjespolitiek en klassenjustitie. Van de Kamer mocht hij blijven zitten en het OM zag geen grond om hem te vervolgen. Pas na een maand besefte het OM dat het daarmee in de rechtszaal bij de behandeling van de zaken tegen eerder gepakte corona-aso’s volledig in het hemd zou staan. De minister kreeg alsnog boete opgelegd, de andere bruiloftsgasten gingen vrijuit. Om te voorkomen dat Grapperhaus een strafblad zou krijgen, werd die boete wel verlaagd tot beneden de € 100.

En dan vragen kabinet, RIVM en Veiligheidsregio’s zich af, hoe het komt dat het draagvlak voor de coronamaatregelen steeds verder afbrokkelt. Het komt blijkbaar niet in ze op dat het vooral de overheid zelf is die met de titel Draagvlaksloper aan de haal gaat. De nieuwe maatregelen zullen daar weinig verandering in brengen, hoewel, er is één lichtpuntje: het mondkapje wordt nu wel verplicht in supermarkten en publieke ruimtes.